Artikelindex

 

Waarom komen we in actie: om onszelf te bevrijden door het herinneren van het Ware Recht

De mens is vrij geboren, doch nu is hij overal geketend”.

Aan dat feit is weinig veranderd sinds eeuwen. Maar de ketenen van onderdrukking zijn gesmeed met de wapens van geweld en domheid. Maar we kunnen ze verbreken.

Lang voordat de eerste overheersers de mensheid onderdrukten, hadden mensen onder elkaar gewoonten en regels vastgelegd om hun vrede en vrijheid als zelfbesturende mensen zeker te stellen. Ze deden dat vanuit een onvervreemdbare herkenning van een Natuurlijke Wetgeving van Gelijkheid of Heilige Wetgeving. Daarbij heeft niemand enig recht om anderen te domineren of overheersen, om meer te nemen dan een ander of om een deel van de wereld te bezitten, die in gelijke mate aan alle mensen is gegeven.

Het is het Heilige Principe van Creatie dat elk kind dat geboren wordt, begiftigd is met onvervreemdbare vrijheden, die geen enkele autoriteit, wet, regering of religie kan beperken of afschaffen. Elke kracht die dat probeert staat gelijk aan tirannie en is onwettig, zelfs als ze werkzaam is volgens haar eigen wetten, want zo een tirannie is een ontkenning van God en een aanval op goddelijkheid en menselijkheid.

Dit Natuurlijk Recht is in twee belangrijke principes samen te vatten:

  1. Alle dingen bestaan en zijn gemeenschappelijk bezit. Volgens de natuurlijke staat kan niemand méér aanspraak maken op de aarde dan een ander, zoals opgemerkt bij een grondlegger van de moderne wetgeving, Thomas Hobbes:

    Ik stel in de eerste plaats vast, dat in de natuurlijke staat van de mens (die staat kunnen we werkelijk een staat van de natuur noemen), alle mensen gelijke rechten over alle dingen hebben” (Lerviathan, 1651)

  2. De wet doet niemand schade aan (Actus Regis Nemini Facit Injuriam) Komend van de Tien Geboden en Gods wet om je naaste niet te schaden, vormt dit principe de basis van de moderne wet.

    John Stuart Mill benadrukte dit principe in On Liberty, waar hij beweerde dat “De enige reden om macht over een lid van een geciviliseerde gemeenschap (tegen zijn wil) uit te oefenen, is om schade aan anderen te voorkomen.” (1869)

Een equivalent was eerder opgesteld in de Franse Declaratie voor de Rechten van de Mens en van de Burger uit 1789, als “Vrijheid bestaat eruit alles te doen wat een ander niet schaadt; daarom heeft de uitoefening van de natuurlijke rechten van elk mens geen beperkingen, behalve om de andere leden van de samenleving te garanderen dat zij in het genot zijn van dezelfde rechten. Deze beperkingen kunnen alleen door wet worden vastgesteld.”

Deze natuurlijke wet is er om de natuurlijke vrede en gelijkheid tussen de mensen te bewaren en is hun bescherming en beschermer tegen onrechtvaardige regels en is niet bedoeld als een macht over hen. Binnen de oude tradities van in stammen levende gemeenschappen, in het bijzonder in de Angelsaksische wereld, ontwikkelde deze wet zich in wat bekend is geworden als Gebruiksrecht of Gewoonterecht of Landrecht. Het heeft sterke echo's in de gebruiken en gewoonten van inheemse naties over de hele wereld.

Hier volgt een korte samenvatting van het karakter van het Ware of Gewoonterecht vergeleken met willekeurig recht.