Hoofdinhoud

wetsartikelen

Veroordeling zonder recht op een (eerlijk) proces
 

Leven wij volgens de wet onder een dictatuur?

Lid 1 van art. 26 van de wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (wet Mulder)  zegt, dat er geen vonnis nodig is om beslag op goederen te leggen.

Lid 2 van hetzelfde artikel zegt, dat het dwangbevel uitgevaardigd door de officier van justitie van het arrondissement Noord-Nederland wordt uitgevoerd als een vonnis van een burgelijke rechter.

Volgens deze regelgeving kan dus de officier van justitie (alleen van het arrondissement Noord-Nederland) optreden met de autoriteit van een burgerlijk rechter, echter zonder dat er een proces plaats vindt waarin je je als burger kan verdedigen.

Wetboek van Strafrecht

Nuttige artikelen uit het Wetboek van Strafrecht

135 Kennis van samenspanning

138 binnendringen in een woning onder bedreiging

207 Meineed

225 Valsheid in geschrifte

(Tekst geldend op: 06-04-2014)

Wet van 9 december 1993, tot aanwijzing van documenten dienende ter vaststelling van de identiteit van personen alsmede aanwijzing van enige gevallen waarin de identiteit van personen aan de hand van deze documenten kan worden vastgesteld.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter verbetering van de handhaving van regelingen voor de uitvoering waarvan bekendheid met de identiteit van een persoon van belang is, wenselijk is te bepalen met welke documenten de identiteit van personen in bij de wet aangewezen gevallen kan worden vastgesteld alsmede enige van deze gevallen aan te wijzen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
 

Artikel 1

  1. Als documenten waarmee in bij de wet aangewezen gevallen de identiteit van personen kan worden vastgesteld, worden aangewezen:
    1. een geldig reisdocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b, c, d, e en g, of een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet;
       
    2. de documenten waarover een vreemdeling ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 moet beschikken ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie;
       
    3. een geldig nationaal, diplomatiek of dienstpaspoort dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor zover de houder de nationaliteit van die andere lidstaat bezit;
       
    4. een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994 of een rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is, zolang de bij de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde termijn van geldigheid in Nederland niet is verstreken, aan de houder geen administratieve maatregel bedoeld in paragraaf 9 van hoofdstuk VI van de Wegenverkeerswet 1994 is opgelegd of aan hem niet de bijkomende straf bedoeld in artikel 179 van die wet is opgelegd en mits het rijbewijs is voorzien van een pasfoto van de houder.
       
  2. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan, al dan niet voor een bepaald tijdvak, andere dan de in het eerste lid bedoelde documenten aanwijzen ter vaststelling van de identiteit van personen.

Artikel 2

Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in artikel 8 van de Politiewet 2012 of artikel 6a van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 ter inzage aan te bieden. Deze verplichting geldt ook indien de vordering wordt gedaan door een toezichthouder.

Opmerking:
Met een ieder wordt hier een natuurlijk persoon bedoeld. In artikel 1 staat uiteindelijk, dat men zich dient te identificeren met de natuurlijk persoon.
Men dient zich dus slechts op eerste vordering te identificeren. Doet men dit niet, dan is men blijkbaar geen natuurlijk persoon en heeft de dienstdoende ambtenaar geen jurisdictie over deze mens.