Hoofdinhoud

Intern. verdragen

LET OP: ook dit verdrag schendt mensenrechten (of is voor meerdere uitleggingen vatbaar)!!

De naar onze mening bruikbare artikelen zijn geel gemarkeerd.

Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten

Preambule

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag,

Overwegende, dat, overeenkomstig de in het Handvest der Verenigde Naties verkondigde beginselen, erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld,

Erkennende, dat deze rechten voortvloeien uit de inherente waardigheid van de menselijke persoon,

Erkennende, dat, overeenkomstig de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het ideaal van de vrije mens die vrijheid als staatsburger een politieke vrijheid geniet, en die vrij is van vrees en gebrek, slechts kan worden verwezenlijkt indien er omstandigheden worden geschapen, waarin een ieder zijn burgerrechten en zijn politieke rechten, alsmede zijn economische, sociale en culturele rechten kan uitoefenen,

Overwegende, dat, krachtens het Handvest der Verenigde Naties, de Staten verplicht zijn de universele eerbied voor en de inachtneming van de rechten en vrijheden van de mens te bevorderen,

Zich ervan bewust dat op de individuele mens, uit hoofde van de plichten die hij heeft tegenover anderen en tegenover de gemeenschap waartoe hij behoort, de verantwoordelijkheid rust te streven naar bevordering en inachtneming van de in dit Verdrag erkende rechten,

Zijn overeengekomen als volgt:

Verdrag van Wenen inzake het Verdragenrecht

(Korte samenvatting van belangrijke artikelen van het verdrag)

pacta sunt servanda (afspraken moeten worden nagekomen)

Indachtig de beginselen van het volkenrecht, neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties, als daar zijn de beginselen van de gelijkgerechtigdheid der volken en hun recht op zelfbeschikking, de soevereine gelijkheid en de onafhankelijkheid van alle Staten, het zich niet mengen in binnenlandse aangelegenheden van Staten, het verbod van het dreigen met of het gebruikmaken van geweld en de universele en daadwerkelijke eerbied voor de rechten van de mens en fundamentele vrijheden voor allen.

Art. 26 Afspraken moeten worden nagekomen. Elk in werking getreden verdrag verbindt de partijen en moet door hen te goeder trouw ten uitvoer worden gelegd.

Art. 27 Nationaal recht en naleving van Verdragen.Een partij mag zich niet beroepen op de bepalingen van zijn nationale recht om het niet ten uitvoer leggen van een verdrag te rechtvaardigen.

UITLEGGING VAN VERDRAGEN
  • 1.Een verdrag moet te goeder trouw worden uitgelegd overeenkomstig de gewone betekenis van de termen van het Verdrag in hun context en in het licht van voorwerp en doel van het Verdrag.
     
  • 2. Voor de uitlegging van een verdrag omvat de context, behalve de tekst, met inbegrip van preambule en bijlagen.
     

Preambule

Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld;

Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens;

Overwegende, dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen worde om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tirannie en onderdrukking;

Overwegende, dat het van het grootste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen;

Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden zoals gewijzigd door Protocol
Nr. 11 met de aanvullende Protocollen Nrs. 1, 4, 6 en 7


De tekst van het Verdrag was gewijzigd door de bepalingen van Protocol Nr. 3 (ETS Nr. 45), in werking getreden op 21 september 1970, van Protocol Nr. 5 (ETS Nr. 55), in werking getreden op 20 december 1971, en van Protocol Nr. 8 (ETS Nr. 118), in werking getreden op 1 januari 1990, en bevatte tevens de tekst van Protocol Nr. 2 (ETS Nr. 44) dat, sinds het op 21 september 1970 in werking trad een integraal gedeelte van het Verdrag had uitgemaakt in overeenstemming met Artikel 5, paragraaf 3 van dat Protocol. Alle bepalingen die een wijziging  hadden ondergaan of waren toegevoegd door deze Protocollen zijn vervangen door Protocol Nr. 11 (ETS Nr. 155), met ingang van de datum 1 november 1998 waarop dit in werking trad. Vanaf die datum is Protocol Nr. 9 (ETS Nr. 140), in werking getreden op 1 oktober 1994, ingetrokken.